Home · Blog · Warmtenet Utrecht: buurt of provincie?
Warmtenet Utrecht: buurt of provincie?

In de Soesterse wijk Overhees hangt bij de kinderboerderij een poster over het warmtenet. Elsie Hijstek staat ernaast en kan niet wachten. Eind volgend jaar is haar huis aan de beurt. “Zelf aan de knoppen zitten, de eventuele winsten terug in het systeem en de wijk stoppen”, zegt ze tegen RTV Utrecht. Zo’n buurtwarmtenet is haar antwoord op gasprijzen die meebewegen met oorlogen ver weg.
Maar in het provinciehuis wordt intussen een ander plan groot. De provincie Utrecht wil samen met NetVerder, een dochter van Stedin, en de staatsdeelneming voor warmte bij EBN een eigen warmtebedrijf oprichten: UWO+. RTV Utrecht sprak zondag met de buurtinitiatieven, en die zijn bang dat ze straks geen kans meer krijgen. “De warmtegemeenschappen die achter deze warmtenetten zitten, krijgen te maken met een oneerlijk speelveld”, zegt Sophie Schut, directeur van Energie van Utrecht, de coöperatie die bewoners helpt zo’n net op te zetten.
Van loket naar aannemer
Het ging eerst om iets anders. Volgens Schut zou de provincie vooral ondersteunen: bewoners en gemeenten konden er terecht voor informatie en begeleiding. “Maar in de nieuwste plannen van het UWO+ gaan zij ook zelf warmtenetten aanleggen.” De provincie schrijft op haar eigen pagina over het warmtebedrijf dat veel gemeenten liever met één regionaal warmtebedrijf werken dan met een reeks lokale. Sinds juli 2026 werken de drie partners aan een voorstel. Eind 2026 moeten ze besluiten of het bedrijf er komt en hoe ze meedoen.
Aan de andere kant staat een rijtje initiatieven dat al jaren bezig is. WarmVreeswijk in Nieuwegein, Huiberts Stroom in Everdingen, Oog voor Warmte in Utrecht, Buurtwarmte Houten en SoesterEnergie in Soest. In Overhees gaat het om 1100 woningen, stap voor stap. “We breiden stapsgewijs uit wanneer voldoende woningen aangesloten willen worden”, zegt projectleider Jessica Doorn van de Natuur en Milieufederatie Utrecht.
De regels laten allebei de routes toe. Onder de nieuwe Wet collectieve warmte moet een groot warmtenet in handen zijn van een warmtegemeenschap van bewoners of van een publiek warmtebedrijf. Wie het net in een wijk mag aanleggen, wijst de gemeente aan.
Woon je in de stad Utrecht, dan is die keuze al gemaakt. De gemeenteraad besloot op 26 februari definitief om aandeelhouder te worden van HVC, een publiek bedrijf van 52 gemeenten en 8 waterschappen. “HVC wordt ons publieke warmtebedrijf waarmee we collectieve warmtenetten gaan aanleggen”, schreef wethouder Senna Maatoug aan de raad. De strijd om UWO+ gaat dus vooral over de andere gemeenten in de provincie, en over de wijken daar waar nog geen buurtinitiatief aan de slag is.
De gemeente kiest, en de grote speler is makkelijker
Daar zit het echte probleem, en wij vinden dat de initiatieven hier gelijk hebben. Een gemeente die een warmtebedrijf moet aanwijzen, kiest liever voor één partij met betaalde deskundigen en makkelijke toegang tot geld dan voor een groep vrijwilligers die bij een commerciële bank moet aankloppen. Schut zegt het zelf: lokale initiatieven zijn aangewezen op banken, “dat duurt veel langer”. Dat is geen kwestie van kwaliteit. Het is een kwestie van wie er het eerst met een plan aan tafel zit.
De provincie zegt dat beide nodig zijn. “Maar niet in iedere gemeente zal een warmtegemeenschap zijn die een warmtenet aan wil leggen”, laat gedeputeerde Huib van Essen via zijn woordvoerder weten. Dat klopt. Maar dan hoort dat ook zo in het plan te staan: UWO+ bouwt waar geen buurt het zelf wil doen, en een wijk waar bewoners al bezig zijn krijgt eerst de kans. Die volgorde staat nu nergens zwart op wit. Een toezegging aan Provinciale Staten dat er “een voorstel komt” is geen volgorde.
Minder wantrouwen is een claim, geen meting
Het sterkste argument van de buurtinitiatieven is ook hun zwakste. Schut zegt dat mensen bij een lokaal net veel minder wantrouwig zijn dan bij een groot energiebedrijf of de overheid. Dat klinkt logisch, maar het is haar eigen inschatting, geen onderzoek. En elk warmtenet heeft volgens haar zeventig procent van de bewoners nodig om rendabel te zijn. Die drempel geldt voor een buurtnet net zo hard. Een wijk van vrijwilligers die op zestig procent blijft steken, heeft ook geen warmtenet. Het plan van de provincie is dus niet alleen een bedreiging. Voor een buurt waar de aanjagers na drie jaar op zijn, kan het de enige route blijken.
Staat jouw wijk al in het warmteprogramma?
Woon je in de provincie Utrecht en wil je weten wat er in jouw straat gebeurt? Zoek het warmteprogramma van je gemeente op en kijk of jouw wijk als warmtenetbuurt genoemd wordt. Staat hij erin, vraag dan bij de gemeente of er al een bewonersinitiatief loopt. Woon je in de stad Utrecht, vraag dan hoe een initiatief als Oog voor Warmte zich verhoudt tot HVC. Wie het nu weet, kan nog meepraten over wie het net straks aanlegt. Wie wacht, krijgt een brief. Denk je na over isoleren of een verbouwing, dan helpt ons stuk over een verbouwing in Utrecht zonder losse eindjes bij de planning. En twijfel je nog waar je in de regio wilt wonen, dan helpt onze wijkengids bij de eerste schifting.
Het besluit valt eind dit jaar
Eind 2026 beslissen de provincie, NetVerder en EBN of UWO+ er komt. Wanneer het beloofde voorstel over de steun aan warmtegemeenschappen naar Provinciale Staten gaat, heeft de provincie niet gezegd. Staat daar een voorrang voor buurtinitiatieven in, dan kunnen de initiatieven rustig verder bouwen. Staat er alleen “naast elkaar bestaan”, dan kiezen de gemeenten zonder eigen warmtebedrijf straks zelf, en kiezen ze de partij die het snelst een plan heeft.
Nieuw in de stad? Gebruik onze keuzehulp voor wijken of blader door de complete stadsgids.