Naar de inhoud

Home · Blog · Westnijl: vogelregister springt van 6 naar 39

Nieuws Door Tim de Vries 9 september 2026 5 min lezen

Westnijl: vogelregister springt van 6 naar 39

Westnijl: vogelregister springt van 6 naar 39

Update 10 september 2026: de vogelteller springt van zes naar 39

Donderdagochtend werkte het RIVM de tabel bij, en de teller die in dit stuk stilstond, staat niet meer stil. De werkgroep westnijlvirus meldt dat de afgelopen week 23 dode en 10 levende wilde vogels positief zijn getest. Daarmee staan er in 2026 nu 39 vogels met het westnijlvirus in het RIVM-overzicht, tegen zes tot en met 2 september. De werkgroep noemt “de relatief hoge sterfte onder kraaiachtigen” opvallend. Dat zijn precies de eksters, kraaien en kauwen die de opvang in Utrecht binnenkreeg.

Ook bij mensen is het beeld veranderd. Het RIVM kreeg sinds 3 september negen nieuwe meldingen, waarmee het aantal in Nederland opgelopen besmettingen dit jaar op achttien staat. In totaal zijn drie patiënten overleden. De besmettingen zijn nu opgelopen in Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland, twee provincies meer dan een week eerder. De NVWA telt dit jaar 58 paarden met het virus.

Eén kanttekening: het RIVM zegt niet waar die 39 vogels zijn gevonden. Of de zieke vogels uit de Utrechtse opvang erbij zitten, weten we dus niet. Dat er deze week veel meer is getest, lijkt duidelijk, en daarmee komt het register dichter bij het beeld van de opvang. Het advies blijft hetzelfde: meerdere zieke kraaiachtigen in één buurt melden, en de vogel niet met blote handen oppakken.

In een hok met een stuk plastic ervoor zit een ekster die niet meer stil kan zitten. Hij krijgt stuiptrekkingen, valt om, staat weer op, en dan begint het opnieuw. Manager Kerstin Steinhart van de vogelopvang in Utrecht zegt tegen de verslaggever dat ze hem euthanasie gunt, want dit is een lijdensweg. Het dier is kort daarna zelf overleden.

RTV Utrecht liep woensdagochtend mee in de opvang en beschreef wat het westnijlvirus daar aanricht. Vooral eksters, kraaien en kauwen raken besmet. Op dit moment hebben er vermoedelijk zes of zeven vogels in de opvang het virus. De nacht ervoor stierven er twee.

Tot 2 september telde het register zes vogels, deze opvang zat al aan zes of zeven

Zet die twee getallen naast elkaar en er ontstaat een probleem. Het RIVM-overzicht van westnijlvirus in Nederland stond tot en met 2 september 2026 op zes bevestigde vogels (sinds 10 september: 39) — voor het hele land, het hele jaar. Eén opvang in Utrecht vermoedt er nu zes of zeven, op dit moment, in één gebouw.

De verklaring staat in hetzelfde artikel en is geen samenzwering: de opvang test niet. Er wordt naar symptomen gekeken. Die vogels komen dus nooit in de landelijke tabel terecht, want daar staan alleen laboratoriumbevestigingen in. Het cijfer van zes is niet fout. Het meet alleen iets anders dan wat mensen erin lezen. Het telt hoe vaak er een test is gedaan die positief uitviel, niet hoeveel vogels ziek zijn.

Dat is voor de mensen in deze provincie niet academisch. Toen dit stuk op 9 september verscheen, telde het RIVM negen besmette mensen en één overledene in de provincie Utrecht. Inmiddels zijn het er achttien en drie, zie de update bovenaan. Wij schreven daar eerder over toen de eerste dode in Utrecht bekend werd. De besmettingen vonden toen plaats in Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland; sinds 10 september staan ook Overijssel en Gelderland op de lijst. Steinhart wijst de brandhaard aan: de provincie Utrecht en de regio Gooi en Vechtstreek.

De opvang weet het zelf ook niet zeker

Wie hieruit concludeert dat het RIVM de zaak kleiner maakt dan hij is, gaat te snel. Steinhart zegt zelf dat het westnijlvirus op vogelgriep lijkt en dat de neurologische symptomen bij beide ziektes hetzelfde zijn. Het belangrijkste verschil dat ze noemt, is dat vogelgriep vrijwel alleen bij watervogels voorkomt en dat de dieren daar minder plotseling doodgaan. Dat is een verstandige onderscheiding, maar het is een inschatting aan een hok, geen diagnose.

Aan de ene kant een register dat te weinig ziet omdat er nauwelijks getest wordt, aan de andere kant een opvang die vermoedt zonder te kunnen bewijzen. Het gat daartussen is geen ruzie tussen twee partijen, het is een meetprobleem waar kennelijk geen budget voor is. Dat is precies het soort tekort dat pas zichtbaar wordt als er iets misgaat — hetzelfde patroon dat de wildopvang deze zomer bij de egels tegenkwam.

Twee zieke kraaien in één straat is het signaal

Steinhart doet een concrete oproep en die is makkelijk te volgen: breng zieke vogels naar de opvang, en let vooral op als je meerdere zieke vogels in dezelfde omgeving ziet. Eén trillende kauw op straat kan van alles zijn. Twee of drie in dezelfde buurt is informatie die anders nergens terechtkomt.

Pak zo’n vogel niet met blote handen op — voor je eigen hygiëne, niet omdat het virus van vogel op mens overspringt. Dat gebeurt volgens het RIVM niet: er is altijd een besmette huissteekmug voor nodig, en mensen en dieren geven het virus niet onderling aan elkaar door. Bel de opvang en vraag wat je moet doen voordat je iets in een doos legt.

Donderdagochtend staat de teller weer bij

Het RIVM werkt de tabel met bevestigde besmettingen elke donderdagochtend bij. Springt het aantal vogels donderdag van zes naar iets in de dubbele cijfers, dan is er ergens wél getest en wordt het beeld scherper. Blijft het op zes staan terwijl de opvang in Utrecht vol zit, dan weten we vooral dat de teller stilstaat en de eksters niet.

Dat gebeurde: op 10 september stond de teller op 39 vogels. Op donderdag 17 september volgt de volgende stand. Dan wordt zichtbaar of de vogelteller blijft stijgen, en of het RIVM ook gaat zeggen waar die vogels gevonden zijn.

Nieuw in de stad? Gebruik onze keuzehulp voor wijken of blader door de complete stadsgids.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen